De AOW blijft We hoeven niet bang te zijn dat de AOW verdwijnt. Als we maar wat langer doorwerken en er voldoende kinderen bijkomen. Aldus Lans Bovenberg, bedenker van de levensloopregeling, invloedrijk econoom en wetenschappelijk directeur van onderzoeksinstituut Netspar. Door alle publiciteit rond de AOW ga je denken dat er over een jaar of 20 weinig meer van over is. Bovenberg: “De AOW blijft bestaan. Alleen zal de AOW-leeftijd wat omhoog gaan lopen. Het lijkt me goed als we de AOW op een of andere manier koppelen aan de levensverwachting. Omdat we ouder worden betekent dit dat we later AOW krijgen, maar we genieten er toch langer van. Ik kan me voorstellen dat de AOW-uitkeringen voor iedereen naar ongeveer 60 procent van het minimumloon gaan. Nu is dat 70 procent voor alleenstaanden en 50 procent voor gehuwden. Wat dat betreft verandert er niet zo heel veel.” Wat is eigenlijk het probleem met de AOW? Bovenberg: “Eigenlijk kun je de problemen rond de AOW in tweeën delen. Aan de ene kant worden we ouder, waardoor de overheid langer AOW moet uitkeren aan steeds meer mensen. Dit kunnen we oplossen door de pensioenleeftijd te koppelen aan de levensverwachting. Anders gezegd: als we ouder worden kunnen we de AOW ook later laten ingaan. Van de andere kant worden er minder kinderen geboren. Kinderen zijn de AOW-premie-betalers van de toekomst. Je moet er dus voor zorgen dat er voldoende kinderen bijkomen. In Nederland krijgt een vrouw gemiddeld 1,7 kind. Dat is redelijk veel in Europa. Als we dat volhouden blijft de AOW betaalbaar.” De jonge generatie zal dus langer moeten doorwerken. Bovenberg: “Ja, maar dat weten ze al. Het is ook erg belangrijk dat ze in zichzelf blijven investeren omdat ze langer door moeten gaan. Dat is de boodschap. Overigens denk ik dat de jonge generatie vrij rijk zal opgroeien, omdat hun vaardigheden schaars zullen zijn. Menselijk kapitaal zal veel waard zijn. ” Pensioen is tegenwoordig geen zekerheid meer, maar een onzekerheid Bovenberg: “Zekere pensioenen bestaan straks niet meer. Dat heeft te maken met de vergrijzing. Vroeger was het gemakkelijk om de onzekerheid op te vangen, omdat er weinig ouderen waren en veel jongeren. Als het een keer tegenzat op de beurs verhoogden pensioenfondsen gewoon de premie. Dat gaat veranderen. Waarbij méér sparen niet het belangrijkste is. Dat is de mogelijkheid om een jaartje langer door te werken. Elk extra jaar is ongeveer 8 procent meer uitkering. Dat is met bijsparen bijna niet te halen.” Blijft de AOW het fundament onder ons pensioen? Bovenberg: “Ja. Na de Tweede Wereldoorlog is de AOW ingevoerd om de armoede te bestrijden. Er was ook helemaal geen oudedagsvoorziening. Nu is Nederland het land met de laagste armoedecijfers onder ouderen in de wereld. Dat is een geweldige prestatie waar we best trots op mogen zijn. Maar er komen straks ook veel mensen binnen de oudere generatie die het heel moeilijk hebben. Allochtonen bijvoorbeeld. Die hebben geen volledige AOW opgebouwd. De AOW blijft erg belangrijk als vangnet.” Mensen met een aanvullend pensioen vanaf € 18.000 gaan met ingang van 2011 meebetalen aan de AOW als ze voor hun 65e stoppen met werken. Had u deze maatregel zien aankomen? Bovenberg: “Nee, en ik ben er ook niet echt blij mee. In feite is het een slim politiek compromis. Waarbij zowel het CDA als de PvdA iets hebben gekregen. Het CDA wilde mensen met fiscale prikkels langer door laten werken. De PvdA vond dat rijke 65-plussers moesten gaan meebetalen aan de AOW. Het is een erg ingewikkeld compromis geworden. Ik denk niet dat het uitvoerbaar is. Waarschijnlijk zal de Sociaal Economische Raad voorstellen het plan aan te passen. Ik ben er voor om twee instrumenten te gebruiken. Dus en rijke ouderen laten meebetalen, en langer doorwerken fiscaal stimuleren.” Er komt een groep senioren aan die het heel goed heeft. Bovenberg: “Dat geldt met name voor veel babyboomers die na 2011 65 worden. Die hebben een goed pensioen en zullen straks na hun 65e moeten meebetalen aan de AOW. Dat verbetert de legitimiteit. Want waarom moet een jonge minimumloner meebetalen aan de AOW en een rijke oudere niet?” Hoe ziet u dat voor zich? Bovenberg: “Door de AOW te fiscaliseren. Wat dat betreft sta ik achter het oorspronkelijke plan van Wouter Bos. De nieuwe financiering moeten we in 2011 laten ingaan, omdat vanaf dat moment de babyboomers 65 worden. Je moet het wel geleidelijk invoeren. Je zou de babyboomers de eerste jaren bijvoorbeeld een extra ouderenaftrek kunnen geven. De oudere groep die tot 2011 65 was, geven we vrijstelling. Op termijn moet iedereen meebetalen.” Bent u er voor om de AOW inkomensafhankelijk te maken? Bovenberg: “Nee. Als je dat doet ontmoedig je sparen voor je pensioen. Want hoe meer je spaart, hoe minder AOW je krijgt. In Engeland hebben ze dat gedaan en het is een ramp geworden. Die kant moeten we absoluut niet op.” Hoe krijgen we het vertrouwen terug in de AOW? Bovenberg: “De toekomst van de AOW is zo’n heikel onderwerp, dat moet je tot een nationaal project verklaren. Het lijkt me een goed plan als er een speciale staatscommissie komt. De voorzitter zou iemand moeten zijn in de traditie van Willem Drees, bijvoorbeeld Wim Kok. Alle belangrijke politieke stromingen dienen in die staatscommissie te zijn vertegenwoordigd, zodat de voorgestelde maatregelen breed worden gedragen. De commissie gaat eerst een nationaal pensioendebat organiseren. Daarna worden de dilemma’s geschetst. Tot slot komt de commissie met voorstellen. Het nieuwe kabinet moet deze trein in gang zetten, het kabinet daarna moet de maatregelen gaan uitvoeren.” Paul van Hulsen |