| Geen hogere AOW-leeftijd |
|
Verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar is voorlopig van de baan. De Tweede Kamer heeft op 2 maart besloten dat het wetsvoorstel van het kabinet-Balkenende IV niet meer door het parlement zal worden behandeld. SP en PVV, die tegen verhoging van de leeftijd zijn, vinden dat een beslissing aan de kiezer moet worden overgelaten die op 9 juni zijn stem kan uitbrengen. "Dit moeten we voorleggen aan de kiezer”, reageerde SP-Kamerlid Paul Ulenbelt. Ook GroenLinks en de VVD, die allebei voorstander zijn van langer doorwerken maar op een andere manier, vinden dat een besluit geen haast heeft. GroenLinks pleit al langer voor een flexibele AOW-leeftijd gekoppeld aan het aantal gewerkte jaren. VVD-Kamerlid Stef Blok zei de voorstellen van het kabinet-Balkenende IV veel te ingewikkeld te vinden. Kamerleden van CDA en PvdA zeiden tijdens een debat in de Kamer dat ze wel voelen voor behandeling van het wetsvoorstel van het demissionaire kabinet. "Maar we respecteren de minderheid in de Kamer”, aldus Roos Vermeij, PvdA-Kamerlid. De PvdA is voor behandeling van verhoging van de AOW-leeftijd, maar zonder het flankerend beleid, zo liet Vermeij weten. De PvdA vindt dat de voorstellen van demissionair minister Piet Hein Donner (Sociale Zaken, CDA) ten aanzien van zware beroepen tekortschieten. Het kabinet had in december het wetsvoorstel over de AOW naar de Tweede Kamer gestuurd. Kern van het voorstel is de AOW-leeftijd in twee fasen op te trekken van 65 naar 67 jaar, in 2020 en in 2025. Voor de groep 55-plussers, mensen die voor 1 januari 2010 55 jaar of ouder zijn, zou niets veranderen. Tegelijkertijd deed minister Donner een aantal aanvullende voorstellen om belemmeringen op de arbeidsmarkt voor oudere werknemers weg te halen. Maar een aantal maatregelen die hij wilde nemen om mensen met een zwaar beroep te ontzien was omstreden. Publicatiedatum: 8 maart 2010
Bron: nrc.nl
|