Verbeter je pensioen!
Pensioen aanvullen
AOW + AOW-bedragen
Pensioen-vragen
Lijfrente-vragen
Indexatie
Tips
Over ons
Contact
lettergrootte: A+ A-
Werknemer Vrouw Senior Zzp

Lijfrente, ja of nee?

lijfrenteDe lijfrente is een middel om je pensioen aan te vullen. Heb je een pensioengat, dan krijg je al snel het advies een lijfrente te nemen.  Maar dat is niet altijd het beste advies. En waarom krijgen vrouwen eigenlijk minder dan mannen? Hoogste tijd voor een verhelderend gesprek met Piet Terpstra, medewerker van de Pensioentelefoon en lid van de Raadslieden van Hattem.

Lijfrente versus pensioengat 

Zodra men het heeft over een pensioengat komt vaak de lijfrente op de proppen als een goed reparatiemiddel. Wanneer is een lijfrente inderdaad een goede oplossing?


Terpstra: “Bij een aantoonbaar pensioengat heb je recht op belastingaftrek van betaalde lijfrente-premies. Het ligt dan voor de hand dat je ook een lijfrente afsluit, anders kun je geen gebruik maken van de aftrekmogelijkheid. Tegenover de aftrekbaarheid van nu staat belastingheffing straks wanneer je van de lijfrente uitkeringen ontvangt. In het huidige belastingstelsel is in de periode na de 65e verjaardag de belasting in de eerste twee schijven lager dan ervoor. Het is dus fiscaal gunstig om de uitkeringen na je 65e te ontvangen. Dit kan een belastingbesparing opleveren van 18 procent.

Je kunt het geld dat je had gereserveerd voor een lijfrente ook beleggen. Maar dan krijg je, althans voorzover je vermogen hoger is dan de vrijstelling, ieder jaar te maken met belastingheffing in box 3. Met andere woorden: je vermogen onbelast laten groeien zoals bij een lijfrente is niet mogelijk.”

Speelt leeftijd eigenlijk een rol bij het afsluiten van een lijfrente?

Terpstra: “Jazeker. In het algemeen adviseren wij mensen geen lijfrenteverzekering af te sluiten boven hun 50e. De kosten zijn verhoudingsgewijs te hoog en er is te weinig tijd om een fatsoenlijk rendement te behalen. De fiscale aftrekbaarheid van betaalde premies weegt daar niet tegenop.”

Stel dat ik op mijn 56e een gouden handdruk krijg van een ton. Ik wil daar over 5 jaar uitkeringen uit krijgen. Is het verstandig om die ton in een koopsom te storten waaruit ik op mijn 61e maandelijkse uitkeringen ga ontvangen?

Terpstra: “Nee. Het is aantrekkelijker om het geld bij een verzekeraar in een uitgestelde lijfrente te storten. Bij die constructie wordt er een eindkapitaal bij elkaar gespaard. Op die manier voorkom je dat je nu al bijvoorbeeld 52 procent inkomstenbelasting over de gouden handdruk moet betalen. Over vijf jaar kun je met het gespaarde kapitaal op zoek gaan naar de verzekeraar met een aantrekkelijke aanbieding. Je kunt kiezen voor een lijfrente in de vorm van periodieke uitkeringen, waarbij de looptijd zodanig is dat al te hoge belasting-percentages worden voorkomen.”

Je hoort wel eens dat een lijfrente veel kosten met zich meebrengt. Het zou ten koste gaan van het rendement. Klopt dat en hoe werkt die kostenstructuur?

Terpstra: “Van de ingelegde premie gaat aan het begin van de verzekering een groot deel op aan zogenoemde eerste kosten. Dat zijn administratieve lasten van de verzekeraar. Meer in het bijzonder zijn het verkoopkosten, te weten reclame- en marketingkosten en kosten die worden betaald aan provisies voor de assurantietussenpersoon. Na deze eerste kosten worden jaarlijks nog administratie- en/of beheerskosten in rekening gebracht. Het is veelal het voordeligst om een keer per jaar een koopsom te storten.”

Jullie krijgen geen provisie maar werken met een vaste beloning van ongeveer € 900. Hoe vertaalt zich dat in voordeel voor de klant?

Terpstra: “De Raadslieden van Hattem werken inderdaad met een vaste beloning van € 900. De normaal gebruikelijke verborgen provisie wordt in dit geval volledig meegegeven aan de klant. Afhankelijk van het product varieert deze provisie tussen 2 en 7 procent van de te storten koopsom. Bij een koopsom van € 150.000 gaat er dus al snel een afsluitprovisie van van € 3000 tot ruim € 10.000 naar bank of intermediair.
De kosten van de Raadslieden van Hattem zijn dus een heel stuk lager. Een en ander vertaalt zich in hogere verzekerde kapitalen of een hogere lijfrente-uitkering.”

Er zijn in Nederland een twintigtal belangrijke aanbieders van lijfrentes. Bij één en dezelfde uitgangsituatie zien we vaak grote verschillen in de periodieke uitkeringen. Hoe kan dat?

Terpstra: “De hoogte van de lijfrente-uitkering wordt voor een deel bepaald door de rentevoet. Dit is een objectief bekend gegeven. Verzekeraars zullen hier niet zoveel van elkaar verschillen.

De verschillen ontstaan met name door het toepassen van zogenoemde sterftetafels. Hiermee maken verzekeraars een inschatting van de levensverwachting in een bepaalde leeftijdscategorie. Hoe ouder men denkt dat je wordt, hoe lager de uitkering zal zijn. Verzekeraars hebben het in dit verband over ‘tarieven’. Het kan zijn dat in een aanbieding van een maatschappij een relatief hoge rekenrente van toepassing is, maar dat deze maatschappij uiteindelijk geen goede aanbieding doet omdat het onderliggende tarief niet aantrekkelijk is. Je moet je dus niet laten verleiden door een hoge rente. Het uiteindelijke resultaat telt. Daar kom je alleen achter door offertes op te vragen bij meerdere verzekeraars.”

Is het verstandig om bij een vergelijking alleen te kijken naar de aanbieder met de hoogste uitkering of moeten we ook op andere zaken letten?

Terpstra: “Het is ook van belang dat de verzekeraar betrouwbaar en solide is. Alle verzekeringsmaatschappijen die in Nederland werkzaam zijn staan onder streng toezicht.”

Klopt het dat vooral mannen lijfrentes afsluiten en bijna nooit vrouwen?

Terpstra: “Het traditionele rollenpatroon komt hier om de hoek kijken. De laatste jaren verandert dit steeds meer en zie je ook vrouwen lijfrenten afsluiten voor de opbouw van of de aanvulling op hun pensioen.”

Er zijn veel vrouwen met een onvolledige pensioenopbouw. Denk aan deeltijders en vrouwen die een tijdje zijn gestopt met werken. Zou een lijfrente iets voor hen kunnen zijn?

Terpstra: “Door een tijd niet aan het arbeidsproces deel te nemen of parttime te werken mist deze groep een volledige en volwaardige pensioenregeling. Vrouwen zouden zich zeker tijdig moeten oriënteren en met de opbouw van hun pensioen beginnen. Dat kan overigens niet alleen met een lijfrenteverzekering maar ook door bij te sparen binnen de pensioenregeling van de werkgever.”
 
Vrouwen krijgen in dezelfde situatie vaak lagere uitkeringen dan mannen. Hoe komt dat?

Terpstra: “Dat komt door de hogere levensverwachting van vrouwen. Volgens onderzoek van het Actuarieel Genootschap wordt een vrouw gemiddeld 81 en een man 79. Een verzekeraar zal in het geval van een vrouw dus langer dienen uit te keren. Het gevolg is dat de lijfrente-uitkeringen van een vrouw wat lager uitkomen.”

Er zijn in Nederland naar schatting zo'n 700.000 zelfstandigen zonder personeel. De helft daarvan bouwt geen of weinig pensioen op. Hoe kunnen die mensen ervoor zorgen dat ze straks toch een fatsoenlijke oudedag hebben?

Terpstra: “Voor zelfstandigen zonder personeel (zzp) zijn er in de lijfrente-sfeer twee mogelijkheden:

1. De zzp-er start met betaling van een jaarlijkse lijfrentepremie, waarbij een lijfrentekapitaal wordt opgebouwd. Op 60 of 65 jaar koopt hij/zij hiervan een levenslange lijfrente.

2. De zzp-er voldoet aan het urencriterium voor het zelfstandig ondernemerschap en reserveert jaarlijks 12 procent van de winst voor zijn pensioen, met een maximum van € 11.227. Dit heet de oudedagsreserve.  Die levert hem\haar een directe aftrekpost op zonder dat er geld uit de onderneming vloeit. Bij beëindiging van de onderneming wordt de opgebouwde reserve gestort bij een verzekeraar en ontvangt de gepensioneerde zzp’er jaarlijks een lijfrente-uitkering. Over de uitkeringen is belasting verschuldigd in box 1.”

Paul van Hulsen

Vragen over lijfrente
De hoogste uitkeringen van lijfrente-aanbieders
Pensioensparen bij de bank

naar boven

 
Copyright PensioenPower.nl | 2007 Disclaimer | Adverteren | Links | webdesign: www.vaneldijk.nl