Het pensioenakkoord:de gevolgen voor pensioenleeftijd, AOW en pensioenuitkeringEen definitief pensioenakkoord is er nog niet, maar de consequenties voor ons pensioen, de pensioenleeftijd en AOW zijn wel al duidelijk zichtbaar. De stand van zaken op 6 december 2011: Pensioenleeftijd: AOWDe AOW-leeftijd gaat in 2020 van 65 naar 66 jaar. Kortom, mensen die op 31 december 2010 56 jaar of ouder waren, kunnen hun AOW gewoon op hun 65e ontvangen. Waarschijnlijk kan deze groep er vanaf 2013 ook voor kiezen om de AOW uit te stellen tot 66 of later. De AOW-uitkering wordt dan per uitgesteld jaar 6,5 procent hoger.Mensen die na 1 januari 2020 65 worden moeten in principe nog een jaartje wachten op hun AOW. Toch mogen ook zij de ingangsdatum vervroegen tot 65. Hun AOW-uitkering gaat dan 6,5 procent omlaag. Uitstellen tot 67 levert 6,5 procent meer AOW op. Vanaf 2020 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Anders gezegd: naarmate we ouder worden stijgt ook de leeftijd waarop we voor het eerst AOW krijgen. In 2025 zal de AOW-leeftijd naar verwachting 67 zijn.
Op 5 december 2011 heeft het kabinet besloten dat mensen met laagbetaalde zware beroepen toch zonder grote kortingen op hun 65e met pensioen kunnen. Als zij een jaar eerder met pensioen gaan bedraagt de korting op de AOW slechts 1,5 procent (vanaf 2020). Dit wordt 3 procent als men twee jaar eerder stopt met werken (vanaf 2025). Opbouw AOWDe hoogte van de AOW blijft net als nu afhankelijk van het aantal jaren dat men in Nederland heeft gewoond. Nu is het zo dat je recht hebt op een volledige AOW als je tussen je 15e en 65e 50 jaar ingezetene bent geweest. Voor elk jaar minder wordt de AOW 2 procent gekort. Vanaf 2020 is de AOW volledig als je tussen je 16e en 66e 50 jaar in Nederland hebt gewoond. Zie ook AOW-bedragenVerhoging AOW-uitkeringAOW-uitkeringen worden nu ieder half jaar verhoogd om welvaartsvast te blijven. Deze indexatie blijft ook na 2020. Daarbovenop komt er vanaf 2013 tot 2028 een extra jaarlijkse verhoging van 0,6 procent. Om dit te financieren worden de fiscale ouderenkortingen afgebouwd. In feite betalen ouderen dus mee aan de jaarlijkse extra verhoging van hun AOW.Korting op de AOW-toeslagVanaf 1 augustus 2011 mag de Sociale Verzekeringsbank maximaal 10 procent korten op de AOW-toeslag. Vijfenzestigplussers met een niet- of weinig verdienende partner jonger dan 65 kunnen voor een AOW-toeslag in aanmerking komen. De korting is alleen van toepassing indien het gezamenlijk bruto maandinkomen € 2511,03 of meer is.Pensioenleeftijd: aanvullende pensioenenIn de huidige cao’s is de pensioenleeftijd standaard 65. In 2020 zal dat 66 zijn. Maar net als nu zal er ook dan keuzevrijheid zijn. Eerder stoppen met werken blijft dus mogelijk binnen de bandbreedte van de pensioenregeling. Eerder met pensioen gaan, dat wil zeggen voor je 66, levert wel een lager pensioen op.Eerder stoppen: méér belastingWie eerder wil stoppen dan 66 gaat daarvan ook de fiscale gevolgen ondervinden. Nu betalen 65-plussers minder belasting doordat er op hun bruto-inkomen geen AOW-premie meer wordt ingehouden. Dit belastingvoordeel gaat straks pas in vanaf 66. Ontvang je bijvoorbeeld pensioen vanaf je 64e, dan betaal je twee jaar lang het hoge belastingtarief. Vanaf je 66e val je terug in het lage tarief.
Stel dat je er daarnaast voor kiest om je AOW te ontvangen vanaf je 65e. Je krijgt dan levenslang 6,5 procent minder dan vanaf je 66e. Geen gegarandeerd pensioen meerIn het huidige pensioenstelsel van middelloon- en eindloonregelingen geldt er een harde pensioentoezegging. In het pensioenakkoord is afgesproken dat dit een zachte toezegging wordt. Gegarandeerde pensioenen zijn er dan niet meer. Voortaan zullen de pensioenuitkeringen afhankelijk worden van de beleggingsmix van de pensioenuitvoerder. Die kunnen dus mee of tegenvallen.PensioenpremiesIn het verleden kon een pensioenfonds de pensioenpremies verhogen om het vermogen op te schroeven. Vanaf 2013 blijft de premie stabiel.
|