|
Natuurlijk willen we weten welke risico’s ons pensioen loopt. Volgens de Pensioenwet moet dat ook, maar gebeurt het onvoldoende. Pensioenjuristen en gepensioneerden voorzien veel nieuwe rechtszaken.
Vroeger, zeg maar vóór 1 januari 2007, waren transparantie en communicatie niet bepaald de sterkste punten van pensioenuitvoerders. Sinds de invoering van de Pensioenwet is dat rigoureus veranderd. Tegenwoordig moeten pensioenuitvoerders en werkgevers van de wetgever zoveel mogelijk openheid van zaken geven. In gewone mensentaal. En wie veel bloot geeft stelt zich open voor kritiek. Kritiek die kan omslaan in juridische procedures als partijen er in een goed gesprek niet uitkomen.
Nieuw sociaal conflict
Moeten we ons voorbereiden op een nieuw sociaal conflict? Eentje waarbij alles draait om ‘pensioen’? Sommige signalen wijzen daar wel op. Neem de overstap van pensioenrechtadvocate Nicolette Opdam naar advocaten- en notarissenkantoor Holland Van Gijzen. Een switch die ze naar eigen zeggen mede heeft gemaakt “omdat ik veel procedures voorzie die ik zelf wil doen.”
Problemen met toeslagenbrief
Dat maakt ons nieuwsgierig. Waarover ontstaan die procedures dan? Opdam voorziet onder meer problemen met de ‘toeslagenbrief’, een nieuwigheid die voortvloeit uit de Pensioenwet. In zo’n toeslagenbrief zet de pensioenuitvoerder de indexatieambitie uiteen. Indexatie is de jaarlijkse verhoging van pensioenen, bedoeld om de koopkracht op peil te houden. Opdam: “Pensioenuitvoerders moeten in de toeslagenbrief heel veel communiceren. Bijvoorbeeld hoe de werkelijke indexatie zich verhoudt tot het ambitieniveau. Stel dat een fonds de loonindex hanteert. In een bepaald jaar is die 4 procent. De pensioenuitvoerder moet dan aangeven hoeveel procent van die 4 procent men denkt te realiseren. Dat is nieuw. Daar gaan denk ik veel vragen en verschillen van inzicht uit ontstaan.”
Slecht ambitieniveau
“In principe willen pensioenfondsen 100 procent indexeren. Maar ik merk nu al dat veel pensioenfondsen schrikken van het ambitieniveau dat ze kunnen halen. Hoe slecht het werkelijk is. Wat er gebeurt is dat men op basis van de huidige situatie en het beleggingsbeleid doorprognotiseert naar de toekomst. Dan kan er bijvoorbeeld uitkomen dat slechts 65 procent haalbaar is. De deelnemers krijgen dit ook te lezen. Dat kan tot teleurstellingen leiden, al naar gelang de verwachtingen die in het verleden zijn gewekt.
Overigens niet alleen voor de actieven, slapers en gepensioneerden maar ook voor de werkgever. Het is niet ondenkbaar dat er naar de werkgever wordt gekeken in de zin van: kun jij het verschil niet bijpassen? Die wil dat natuurlijk niet. Ongetwijfeld komt dan het argument op tafel dat indexatie voorwaardelijk is. Dat maakt procederen lastig. Een bijkomend effect is dat werkgevers en pensioenuitvoerders voorzichtiger worden. Dit kan weer leiden tot een lagere daadwerkelijke indexatie.”
Verschil in indexatiebeleid
Nog een noviteit: pensioenuitvoerders moeten aangeven of er verschil in indexatiebeleid is tussen actieven, slapers en gepensioneerden. Slapers zijn ex-werknemers die bij een vorige werkgever nog een pensioenspaarpot hebben staan. “Men kan besluiten actieven 100 procent te geven en inactieven 60 procent”, stelt Opdam. “Dan kun je leuke discussies krijgen want stel dat de middelen van een pensioenfonds voor 80 procent bestaan uit gelden van slapers en gepensioneerden. In zo’n situatie is er sprake van onevenwichtigheid.”
Verschuiving van risico
Een van de grote veranderingen in pensioenland is de wijziging van het soort pensioenregeling. Nu nog zijn middelloonregelingen, de zogenoemde defined benefit-regelingen, in de meerderheid. In opkomst zijn de collective defined contribution-regelingen (cdc). Het grote verschil tussen de twee is dat bij cdc-regelingen de werkgever alleen een vaste premie toezegt. Het pensioenfonds verdeelt de premie vervolgens onder de rechthebbenden, bijvoorbeeld in de vorm van een middelloonregeling. De werkgever is na betaling van de premie klaar met zijn pensioenverplichting. Mocht het pensioenfonds in de toekomst tekorten hebben, dan kan de werkgever daar niet meer op worden aangesproken. Het risico ligt volledig bij de actieve deelnemers, slapers en gepensioneerden. De Pensioenwet stelt duidelijk dat pensioenuitvoerders hun deelnemers helder moeten informeren over de verschuiving van dit risico. Opdam: “Dat is cruciaal. Helaas gebeurt het vaak niet voldoende.”
Pijn ongelijk verdeeld
Wat als het vermogen van een pensioenfonds sterk afneemt door slechte beleggingsresultaten of dalende marktrente? In dit verband is het begrip ‘dekkingsgraad’ van belang. De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de (toekomstige) pensioenverplichtingen en het vermogen van het fonds. Daalt de dekkingsgraad onder 105 procent dan is er sowieso geen indexatie en worden de pensioenaanspraken van alle deelnemers gekort. Tot zover de theorie. In de praktijk kunnen er echter wel degelijk verschillen optreden, stelt Louis Kuypers, partner bij advocaten- en notarissenkantoor Houthoff Buruma. “Zolang de werkgever premie betaalt zullen de rechten van actieven niet worden gekort want de opbouw wordt elk jaar opnieuw toegekend. Zijn er op een ander front verliezen, dan kan het best zo zijn dat je aan de ene kant opbouw hebt van actieven, terwijl aan de andere kant de pensioenen van gepensioneerden en slapers naar beneden worden bijgesteld. Dat is op zichzelf raar.”
Pensioenrechten eraan?
Pensioenadvocaat Onno Blom denkt niet dat uiteindelijk de pensioenrechten eraan gaan. “Het Financieel Toetsingskader verplicht pensioenfondsen tot enorme buffers en veiligheidsnormen, dat zulke rampscenario’s defacto wel zullen zijn uitgesloten. Daarnaast kun je de onevenwichtigheid in korting voorkomen door het financierings- en indexatiebeleid te integreren in één model. Bij een lage dekkingsgraad is de premie hoger en is geen ruimte voor indexatie. Andersom vermindert de premie naarmate de dekkingsgraad hoger is en is er wel ruimte voor indexatie. Dat kan uiteindelijk leiden tot premiekorting of een terugstorting aan de werkgever bij een hele hoge dekkingsgraad. In dat scenario loopt de toeslag op tot maximaal de volledige indexatie. Doe je het zo, dan neem je de belangen van alle partijen evenwichtig in ogenschouw. Precies zoals de wet het voorschrijft. Met deze dingen ben ik nou dagelijks bezig.”
Gepensioneerden meegetrokken
Nog een bron van conflicten: gepensioneerden en slapers die ongevraagd worden ondergebracht in een nieuw reglement. Opdam: “Je valt onder het reglement dat gold op het moment dat je wegging of uit actieve dienst ging. Ik ben daar een zware aanhanger van. Meetrekken van gepensioneerden en slapers in een nieuwe regeling is eigenlijk nooit in hun voordeel. Het kan ook niet zonder hun toestemming. Daar gaan ook veel procedures over.”
Wijziging onvoldoende geregeld
Blom: “Gepensioneerden hebben wat je noemt een uitgewerkte pensioenovereenkomst. Dat is waar. Maar dat gaat niet op voor indexatie, waarover elk jaar een besluit wordt genomen. Ook kan het noodzakelijk zijn het indexatiebeleid te wijzigen. Het is de vraag of de mogelijkheid om tot die wijziging te komen wel voldoende is geregeld. Vaak dus helemaal niet. En dan ontstaat er ruzie. Dan ontstaan er verenigingen van gepensioneerden die roepen: ja ho even, wij willen een hogere indexatie dan het pensioenfonds vanaf nu als nieuw beleid vastlegt en overeenkomt met de werkgever.”
Verschillende toeslagen niet uit te leggen
Kuypers: “Inderdaad. Vroeger dacht men: als we de indexatie wijzigen dan wijzigt dat voor iedereen. Inmiddels is het zo dat je wel vijf verschillende reglementen kunt hebben met allemaal verschillende indexatietoezeggingen. Wil je alles harmoniseren, dan zul je die gepensioneerden erbij moeten roepen en toestemming moeten krijgen om dat te doen. Het helpt wanneer er een representatieve vereniging van gepensioneerden is die een volmacht van de achterban heeft. Wij vinden het niet slim als werkgevers niet overleggen met gepensioneerden.” Blom is het hiermee eens. “Al die verschillende regelingen zijn onwenselijk. Want waarom zou de ene gepensioneerde uit dezelfde pot een betere toeslag krijgen dan de andere? Dat valt op termijn niet uit te leggen.”
Zware druk
Verloopt zo’n overleg eigenlijk in een goede sfeer? Opdam: “Het is mijn ervaring dat er zware druk van de werkgever wordt uitgeoefend op de relatie tussen gepensioneerden en hun ex-werkgever. Soms worden er boze brieven verstuurd, dreigbrieven zelfs. Ik heb ze ook gehad. Het punt is dat de loyaliteit van voormalige werknemers over het algemeen erg hoog is.”
Kleine winstkansen voor gepensioneerden
En wat als overleg tot niets leidt? Hoe groot zijn de kansen van gepensioneerden als het tot een rechtszaak komt? “Ik heb geschreven dat ik hun kansen klein acht”, zegt Opdam. “Er zijn een paar problemen. Eén: ze hebben te weinig geld. Ten tweede zet een werkgever een hele batterij advocaten op de zaak. Die maken zoveel mogelijk stukken. En hoe zit de advocatuur in elkaar? Als je iets niet weerlegt wordt het voor waar aangenomen. Dat is de tactiek. Procedures voeren is wat mij betreft naast de juridische inhoud veel tactiek en strategie. Zo werk ik zelf ook. Overigens zijn er wel situaties die in het voordeel van gepensioneerden hebben uitgepakt. Maar dan is het niet tot een officiële procedure gekomen. Dat alleen de zaken worden aangehaald waarbij gepensioneerden hebben verloren geeft geen goed beeld.”
Verweer van gepensioneerden
Dan de gepensioneerden zelf. Martina van den Dool, directeur van de Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden: “Binnen de NVOG speelt de vraag hoe wij onze leden kunnen adviseren over het voeren van procedures al een jaar of twee. Wij denken aan een steunfonds rechtsbijstand waaruit leden de middelen kunnen halen als dat nodig is.”
Uitroken voorkomen
Aan jager van het steunfonds is Ton Meershoek, bestuurslid van de Vereniging van Gepensioneerden en vervroegd uitgetredenen van Siemens Nederland. Meershoek: “Het idee is geboren naar aanleiding van een zaak tegen Campina. Campina heeft ooit veel geld uit het pensioenfonds gehaald met de belofte dat ze het wel weer terug zouden storten. Na de beurskrach van 2001 was de dekkingsgraad te laag voor indexatie. Campina wees ons steeds terug naar het pensioenfonds. In feite werd de rechtszaak zo lang mogelijk aangehouden onder het motto: we rekken het totdat ze vanzelf stoppen. Het steunfonds moet zo sterk zijn dat de tegenpartij beseft dat we het een hele tijd kunnen volhouden. Ze moeten ervan doordrongen zijn dat uitroken niet meer werkt.”
Paul van Hulsen
3 april 2008
naar boven
|