Pensioenvragen

Op hoeveel pensioen en AOW heb ik recht? Waarom worden de pensioenen gekort? Krijgt mijn partner altijd nabestaandenpensioen? Raak ik mijn pensioen kwijt als ik ga scheiden? Zo zijn er nog wel meer veelgestelde pensioenvragen. Wilt u iets weten over lijfrente? Bezoek dan de meest gestelde vragen over lijfrente. Voor een persoonlijk pensioenadvies belt u de Pensioentelefoon

Waarom worden de pensioenen gekort?
Hoe veilig is ons pensioen?
Pensioen, wat is dat eigenlijk allemaal?
Is pensioen iets wat je moet claimen?
Op hoeveel pensioen heb ik recht?
Wat houdt de 70-procentsnorm in?
Hoe wordt het pensioen bij mijn werkgever opgebouwd?
Is een eindloonregeling beter dan een middelloonregeling?
Hoe kom ik erachter waar ik pensioen heb opgebouwd?
Wat is het AOW-gat?
Raak ik mijn pensioen kwijt als ik ga scheiden?
Wat gebeurt er met mijn pensioen als ik arbeidsongeschikt word?
Kan ik nog zelf kiezen wanneer ik met pensioen ga?
Hoe weet ik of ik genoeg pensioen opbouw?  
Hoeveel belasting moet ik afdragen over mijn pensioen?
Krijgt mijn partner altijd een nabestaandenpensioen?

Waarom worden de pensioenen gekort?

Pensioenfondsen willen zelf liever niet korten, maar moeten dit van toezichthouder De Nederlandsche Bank. Veel pensioenfondsen hebben jaren geleden als gevolg van de economische crisis afspraken gemaakt met DNB hoe men de zogenoemde dekkingsgraad wilde verhogen tot het vereiste minimum. Dit minimum zit bij de meeste pensioenfondsen rond de 105 procent.  

Pensioenfondsen kunnen dit doen op aantal manieren. Ze kunnen de pensioenpremie verhogen, afzien van de jaarlijkse indexatie of proberen een hoger rendement te behalen op hun beleggingen. Een combinatie van deze maatregelen komt het meeste voor. De doelstellingen worden vastgelegd in een herstelplan en ingediend bij DNB. Als de doelstellingen niet voor een afgesproken termijn worden gehaald, bijvoorbeeld 31 december 2013, moet het pensioenfonds de opgebouwde pensioenrechten en/of de pensioenuitkeringen verlagen.

Hoe veilig is ons pensioen?

Of uw pensioen veilig is hangt nauw samen met de dekkingsgraad van het pensioenfonds. De dekkingsgraad is een aanduiding voor het vermogen. Een dekkingsgraad van 100 procent wil zeggen dat er precies genoeg vermogen in kas is om de pensioenen in de toekomst te betalen. Het probleem is dat de dekkingsgraad tegenwoordig dagelijks kan fluctueren. Dat komt doordat pensioenfondsen moeten rekenen met de actuele rente op de kapitaalmarkt. En die is variabel.

Tijdens de kredietcrisis daalde de rente sterk tot onder de 3 procent. Veel pensioenfondsen zagen hierdoor hun dekkingsgraad afnemen tot waarden lager dan 90 procent. Als die situatie lang aanhoudt moeten ze van De Nederlandsche Bank maatregelen nemen. Korting op de pensioenuitkeringen en op de opgebouwde pensioenen kan zo’n maatregel zijn.

In 2013 zal het de eerste keer zijn dat pensioenfondsen naar dit uiterste redmiddel moeten grijpen. De gemiddelde korting op pensioenuitkeringen en opgebouwde pensioenrechten zal 5 à 6 procent zijn.

Pensioen, wat is dat eigenlijk allemaal?

Pensioen is een verzamelnaam. Allereerst is er het pensioen van de overheid : de AOW. Iedereen die tussen zijn 15e en 65e  in Nederland woont krijgt AOW vanaf het 65e jaar. Een jaar niet in Nederland wonen levert een korting op van 2 procent.

Wie in loondienst heeft gewerkt zal daarnaast zeer waarschijnlijk aanvullend pensioen bij een of meer werkgevers hebben opgebouwd. Als een werkgever een pensioenregeling heeft, is iedere werknemer verplicht daaraan mee te doen. We maken onderscheid tussen ouderdomspensioen dat voor de werknemer is, en nabestaandenpensioen. Pensioenuitvoerders keren nabestaandenpensioen uit aan de partner of de kinderen van de overledene die het ouderdomspensioen heeft opgebouwd. Ook vut-regelingen en prepensioen vallen onder aanvullend pensioen.

Tot slot zijn er ook nog pensioenvoorzieningen die iedereen in eigen beheer kan regelen. Een veel gebruikte vorm is de koopsompolis . Bij een koopsom stort u geld in een verzekeringspolis. Dat kan in een keer of periodiek. Aan het einde van de looptijd kunt u met het gespaarde bedrag een lijfrente kopen. Een lijfrente keert periodiek aan u uit, vaak maandelijks of driemaandelijks. U kunt tegenwoordig ook kiezen voor extra pensioen opbouwen bij een bank. U stort daarbij net als bij een koopsompolis geld op een geblokkeerde spaar- of beleggingsrrekening. Van het opgebouwde kapitaal kunt u aan het einde van de looptijd een lijfrente-uitkering kopen.

De diverse pensioenen kunnen allemaal een verschillende aanvangsdatum hebben. Wanneer gaat mijn pensioen in?

Is pensioen iets wat je moet claimen?

Nee en ja. Als u tot aan uw pensioenleeftijd pensioen opbouwt, zal de pensioenuitvoerder bij wie u het laatst heeft opgebouwd contact met uw opnemen. Meestal krijgt u drie tot vier maanden voordat u stopt met werken een aanvraagformulier thuisgestuurd.

Heeft u in het verleden bij meerdere werkgevers pensioen opgebouwd? Dan kunt u het beste zelf met de pensioenuitvoerders contact opnemen. Let erop dat u dat minimaal drie maanden vantevoren doet. Als u te laat bent krijgt u mogelijk minder pensioen.

Wanneer u vóór de pensioendatum overlijdt moeten eventuele nabestaanden zelf partnerpensioen aanvragen bij de pensioenuitvoerder. Als u bent gescheiden, moet uw ex-partner eveneens zelf het pensioen aanvragen.

Voor de AOW krijgt u normaal gesproken een half jaar voordat u 65 wordt van de Sociale Verzekeringsbank een brief toegestuurd. U kunt dan via internet of per gewone post uw AOW aanvragen. Als u drie maanden nadat u 65 bent geworden nog geen brief heeft ontvangen, is het raadzaam zelf contact op te nemen met SVB in uw regio. Klik hier voor de contactgegevens 

Op hoeveel pensioen heb ik recht?

Dat is afhankelijk van een aantal zaken. Allereerst: heb je bij een of meer werkgevers pensioen opgebouwd? Dat moet je bij elkaar optellen. Hiervoor kun je de nieuwe Uniforme Pensioen Overzichten gebruiken. Op http://www.checkmijnpensioen.nl/ en http://www.pensioenkijker.nl/ kun je uitrekenen hoeveel je krijgt. Vanaf 6 januari 2011 kun je ook terecht op http://www.mijnpensioenoverzicht.nl/ Je krijgt alleen toegang met je DigiD.

Bij sommige grote pensioenfondsen zoals het ABP kun je zien wat je bij een bepaalde leeftijd mag verwachten.

Als je voor je 65e stopt krijg je geen AOW, erna wel. Alleenstaanden krijgen vanaf 1 januari 2014 netto € 1040,45 per maand, exclusief vakantiegeld. Gehuwden, geregistreerde partners en ongehuwd samenwonenden (allen 65+) ontvangen per persoon netto € 718,96. Een 65-plusser met een partner jonger dan 65 en met de maximale toeslag krijgt € 1314,39. Dit is eveneens exclusief vakantiegeld. Op onze AOW-pagina en op de website van de Sociale Verzekeringsbank (http://www.svb.nl/) kun je terugvinden hoeveel de AOW is.  

Spaar je daarnaast ook in eigen beheer, dan moet je dat er ook bijtellen. Een overzicht van opgebouwd privé-pensioen is niet gebruikelijk. Maar wellicht kan je verzekeraar een indicatie geven.

Wat houdt de 70-procentsnorm in?

De 70-procentsnorm is bedoeld als indicatie voor een goed pensioen. Je zit op de norm als je AOW en het aanvullend pensioen van je werkgever samen 70 procent is van je laatstverdiende brutosalaris. Zeventig procent is voldoende omdat je na je 65e minder belasting betaalt. Netto houd je dus meer over en daar gaat het uiteindelijk om. Wie minder heeft dan 70 procent hoeft niet er se een pensioentekort te hebben. Over het pensioengat wordt veel gezegd en geschreven maar niet alles is even waar.  

Hoe wordt het pensioen bij mijn werkgever opgebouwd?

Ieder jaar bouw je een bepaald percentage op. Bijvoorbeeld 2 procent. Dit wordt berekend over het brutosalaris minus de AOW-franchise. De AOW-franchise gaat van het salaris af, omdat je vanaf je 65e ook nog AOW krijgt. Over het bedrag dat resteert, de pensioengrondslag, bouw je pensioen op. Een voorbeeld:

Brutojaarsalaris: € 35.000
AOW-franchise:  € 11.872
Pensioengrondslag: € 23.128
Opbouw 2% per jaar: € 462,56 

Is een eindloonregeling beter dan een middelloonregeling?

Bij een eindloonregeling wordt het pensioen afgeleid van het laatstverdiende salaris. Als je carrière maakt is dat gunstig voor je pensioen. Maar dat hoeft niet altijd beter uit te pakken. Bijvoorbeeld omdat de pensioenopbouw bij een middelloonregeling hoger mag zijn (2,25 procent per jaar) dan bij een eindloonregeling (maximaal 2 procent). Als voorbeeld nemen we Unilever dat in 2007 is overgestapt op een middelloonregeling met een opbouwpercentage van 2,1 procent.

Een medewerker van 35 jaar met een brutojaarsalaris van € 40.000 had onder de oude pensioenregeling op zijn 62e een pensioen van 73,5 procent van zijn salaris. Onder de nieuwe regeling is dat 78,1 procent.

Eerder stoppen dan 62 levert daarentegen een lager pensioen op. Als de medewerker van 35 onder de oude regeling op zijn 60e was gestopt zou hij 63,5 procent van zijn salaris hebben gekregen. Onder de nieuwe regeling is het 61,2%.

Bij middelloonregelingen is het wel belangrijk dat het opgebouwde pensioen wordt geïndexeerd.

Hoe kom ik erachter waar ik pensioen heb opgebouwd?

Raadpleeg de pensioenoverzichten. Met deze overzichten kunt u het pensioen aanvragen. Heeft u drie maanden voor de ingangsdatum nog niks gehoord? Neem dan contact op met de pensioenuitvoerder(s). Mogelijk kan men u niet vinden, bijvoorbeeld omdat u een verhuizing niet heeft doorgegeven. Of het pensioenfonds bestaat niet meer, is gefuseerd of heeft een andere naam.

Er bestaat ook een Helpdesk Vergeten Pensioenen. De activiteiten zijn per 3 januari 2011 overgenomen door het Pensioenregister. De medewerkers kunnen u helpen bij het opsporen van pensioenfondsen. De helpdesk is iedere werkdag geopend van 8.00 tot 17.00 uur. Het telefoonnummer is 020 – 751 28 70.

Wat is het AOW-gat?

Het AOW-gat is drieledig:

1. Onvolledig aantal jaren in Nederland. Je bouwt vanaf je 15e ieder jaar dat je in Nederland woont 2 procent AOW-rechten op. Na vijftig jaar, dus op je 65e, heb je in de ideale situatie 100 procent AOW. Voor elk jaar dat je tussen je 15e en 65e niet in Nederland hebt gewoond, kort de Sociale Verzekeringsbank je AOW-uitkering met  2 procent.  

2. Verhoging van de AOW-leeftijd. Het kabinet heeft besloten de AOW-leeftijd stapgsgewijs te verhogen. Van 2013 tot en met 2015 komt er ieder jaar een maand bij. Van 2016 tot en met 2018 is dat ieder jaar twee maanden. Daarna loopt het op tot drie maanden. Dit kan ertoe leiden dat men tijdelijk geen inkomen heeft, bijvoorbeeld omdat de VUT of het prepensioen stopt met 65. Ook dit levert je een AOW-gat op. Het kabinet heeft voor mensen die dit treft een overbruggingsregeling getroffen.

3. Afschaffing van de AOW-toeslag. Mensen die zijn geboren na 1 januari 1950 en op hun 65e een jongere niet-werkende partner hebben, krijgen voor die jongere partner geen AOW-toeslag meer. Dit is in feite ook een AOW-gat. Vanaf 1 januari 2011 was de AOW-toeslag al vervallen voor 65-plussers van wie de partner jonger was dan 55. Dit trof alleen de 'nieuwe gevallen'. 

Raak ik mijn pensioen kwijt als ik ga scheiden?

De Wet verevening pensioenrechten regelt dat bij een echtscheiding het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, gelijk wordt verdeeld tussen de partners. Dit geldt ook voor scheiding van tafel en bed. De ex krijgt zijn/haar pensioendeel als de partner die het pensioen heeft opgebouwd met pensioen gaat. Als de echtscheiding binnen twee jaar wordt gemeld bij de pensioenuitvoerder, betaalt deze het pensioen van de ex-partner rechtstreeks uit. Indien het later gebeurt, moet de ex zijn/haar deel bij de ander claimen.

Van belang is ook de vraag hoe het nabestaandenpensioen is geregeld. Is er een nabestaandenpensioen op risicobasis? Dan heeft de ex na een echtscheiding geen recht op een nabestaandenpensioen (ook wel partnerpensioen genoemd). Zie ook Pensioen en echtscheiding

Wat gebeurt er als ik arbeidsongeschikt word?

Als je pensioenregeling een arbeidsongeschiktheidspensioen kent zal de pensioenopbouw gewoon doorlopen. Maar dan wel slechts over een bepaald percentage van je salaris of de diensttijd. Bij PGGM bijvoorbeeld bouw je bij volledige arbeidsongeschiktheid pensioen op over 70 procent van je salaris. Het ABP heeft de pensioenopbouw gemaximeerd tot 50 procent van de diensttijd. De exacte hoogte van de pensioenopbouw hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Als je gedeeltelijk werkt betaal je over dat stuk zelf de pensioenpremie. Voor het deel dat je arbeidsongeschikt bent hoef je meestal geen premie te betalen (premievrij). In nogal wat pensioenregelingen is er overigens geen premievrijstelling als je voor minder dan 50 of 60 procent arbeidsongeschikt bent. Je bouwt dan alleen pensioen op over je eigen verdiensten. Let erop dat jij of je baas de premievrijstelling op tijd aanvraagt. Ben je te laat, dan kan de pensioenopbouw stoppen.

Vaak zal een arbeidsongeschiktheidspensioen ook je arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvullen. Bij volledige arbeidsongeschiktheid is de WIA-uitkering maximaal 70 procent van € 45.017, ofwel € 31.512. Het arbeidsongeschiktheidspensioen is 70 procent van het bedrag boven € 45.017 (cijfer van 2007). Dit komt dus bovenop de WIA-uitkering.

Voorbeeld:

Salaris: € 55.000

WIA-uitkering: € 31.512 (70% X € 45.017)

Ao-pensioen: € 6988 (€ 55.000 - € 45.017 X 70%)

Totaal: € 38.500 (WIA-uitkering + arbeidsongeschiktheidspensioen)

Bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid krijg je navenant minder. Informeer bij je pensioenuitvoerder.

Kan ik nog zelf kiezen wanneer ik met pensioen ga?

Ja. Ondanks alle publiciteit rondom langer doorwerken tot 66, 67 of nog langer, voorzien de meeste pensioenregelingen nog altijd in eerder met pensioen gaan dan de officiële pensioenrichtleeftijd. De pensioenrichtleeftijd zal steeds vaker dezelfde zijn als de AOW-leeftijd. Het kan bijvoorbeeld dat je maximaal vijf jaar voor de AOW-leeftijd mag stoppen. Raadpleeg hiervoor je eigen pensioenregeling.

Een voorbeeld: je bent geboren op 30 juni 1956. Jouw AOW-leeftijd is dan 67. Als je pensioenregeling vijf jaar eerder stoppen toestaat kun je er dus op zijn vroegst uit als je 62 bent.

De keuze om eerder met werken te stoppen heeft wel financiële gevolgen. Voor elk jaar dat je eerder stopt lever je tussen 6 à 8 procent van je pensioen in. Vijf jaar eerder met pensioen kost je dus tussen 30 en 40 procent ouderdomspensioen. Daarnaast moet je ook vijf jaar wachten tot je vanaf je 67e je eerste AOW-uitkering krijgt. Dat is bij elkaar nogal wat.

Oplossingen
• Een aantal jaren langer doorwerken tot bijvoorbeeld 64 of 65. Je pensioen wordt dan hoger.
• In deeltijdpensioen gaan. Je werkt dan en een aantal dagen minder en je krijgt alvast een aantal dagen per week pensioen. Je pensioenopbouw loopt door voor het aantal dagen dat je nog werkt.
• Je gaat zelf sparen of beleggen om het tekort voor eerder stoppen te financieren. In het voorbeeld is daarvoor eigenlijk te weinig tijd beschikbaar, omdat de persoon in kwestie in juni 2014 58 jaar wordt. Dat is vier jaar voor de beoogde pensioenleeftijd. Begin dus op tijd met het plannen en beoordelen van je pensioen. Hoe eerder hoe beter.

Hoe weet ik of ik genoeg pensioen opbouw?

Vaak wordt gesteld dat 70 procent van laatstverdiende brutosalaris een goed pensioen is. Een betere richtlijn geeft het antwoord op de vraag: hoeveel geld heeft u straks nodig? Handig is een lijstje van vaste uitgaven. Hoeveel moet u straks betalen aan hypotheek of huur, hoeveel bent u kwijt aan gemeentelijke belastingen en verzekeringen, hoeveel aan de auto? Plus natuurlijk de wekelijkse uitgaven aan het huishouden. Als u dat allemaal heeft geïnventariseerd kijkt u naar alle pensioeninkomsten. Op die manier krijgt u vanzelf een beeld of uw – gezamenlijke – pensioen voldoende is. Pas dan beslist u of aanvullingen nodig zijn. Schakel eventueel een onafhankelijk financieel planner in om u te helpen.

Hoeveel belasting moet ik afdragen over mijn pensioen?

Dat is afhankelijk van je totale inkomen. Hieronder de tarieven van 2013.

 Jonger dan 65  tarief   ouder dan 65  tarief
 Tot € 19.645  37%  tot € 19.645  19,10% 
 € 19.645 - € 33.363   42%  € 19.645 - € 33.363   24,10%
 € 33.363 - € 55.694  42%  € 33.363 - € 55.991  42%
 Boven € 55.991  52%  boven € 55.991  52%

 

Notabene: op de verschuldigde inkomstenbelasting worden de algemene heffingskorting, de ouderenkorting en de alleenstaande ouderenkorting (indien van toepassing) in mindering gebracht. Naast de belastingheffing wordt er ook nog een bijdrage Zorgverzekeringswet ingehouden op het brutopensioen. Voor de AOW en aanvullend pensioen is dat 5,65 procent. In 2013 mag er over maximaal € 50.853 bijdrage Zvw worden berekend. Voor mensen die zijn geboren vóór 1 januari 1946 loopt de tweede schijf tot € 33.555. 

Krijgt mijn partner altijd een nabestaandenpensioen?

Nee. De laatste jaren hebben veel pensioenfondsen de voorziening voor een nabestaandenpensioen (ook: partnerpensioen) versoberd. Alertheid is geboden indien je pensioenfonds een  nabestaandenpensioen heeft op risicobasis. Het komt er dan op neer dat je partner alleen een nabestaandenpensioen krijgt wanneer jij als werkende er premie voor betaalt. Als je ontslag neemt of krijgt, vervalt het recht op nabestaandenpensioen. Overlijd je tijdens de periode dat je een ww-uitkering krijgt, dan is je partner wel verzekerd voor het nabestaandenpensioen.

Als je gaat scheiden vervalt het recht op nabestaandenpensioen ook.

Je kunt dit voorkomen door bij beëindiging van je dienstverband te kiezen voor uitruil van ouderdomspensioen voor nabestaandenpensioen. Je werkgever is verplicht je deze keuzemogelijkheid aan te bieden. Het nabestaandenpensioen mag na uitruil niet hoger zijn dan 70 procent van het resterende ouderdomspensioen. Het recht op uitruil krijg je ook op het moment dat je met pensioen gaat.

Als je nabestaandenpensioen hebt op opbouwbasis ligt het anders. In dat geval blijft je partner ook na ontslag recht houden op het nabestaandenpensioen dat is opgebouwd tot de datum van overlijden. Ga je scheiden, dan houdt je ex-partner het recht op nabestaandenpensioen dat is opgebouwd tot de echtscheidingsdatum.

Als je van baan wisselt kun je ook kiezen voor waardeoverdracht. Je pensioenrechten van je oude werkgever gaan dan mee naar je nieuwe werkgever. Overlijd je tijdens de periode van je nieuwe baan, dan wordt het pensioen dat is overgedragen ook meegenomen bij de berekening van het nabestaandenpensioen. Zonder waardeoverdracht zou dat deel verloren zijn gegaan.

Samenwonen
Als je getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap hebt, heeft je partner automatisch recht op een nabestaandenpensioen. Voor samenwoners is het even opletten. Veel pensioenregelingen stellen op dit punt eisen. Soms moeten samenwoners een bepaalde periode hebben samengewoond, variërend van een half jaar tot vijf jaar. Anderen eisen een samenlevingscontract. Voldoe je niet aan de eis, dan is er geen nabestaandenpensioen.

naar boven

Pensioenadvies

Wil je extra voor je pensioen sparen? Maar hoe en met welk product weet je niet. Tijd voor onafhankelijk deskundig advies van de Pensioentelefoon. Open op vrijdag van 9.30 tot 12.30 uur

Lees meer

Disclaimer

Contact

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Adverteren