Hervorming van de AOW

Er wordt al lang gesproken over de noodzaak om de AOW te hervormen. De argumenten die hiervoor worden genoemd zijn onder andere het feit dat er steeds meer ouderen komen, die ook nog eens steeds langer leven en daardoor ook langer een AOW-uitkering ontvangen. Omdat de premie door het afnemend aantal werkenden moet worden opgebracht, zou dat het stelsel op den duur onbetaalbaar maken.

Zorgen over de houdbaarheid van het AOW-stelsel zijn al bijna net zo oud als de AOW zelf. Uit de demografische opbouw van onze bevolking kom men immers de vergrijzing al van ver zien aankomen. In de jaren tachtig van de vorige eeuw rezen er al twijfels of de AOW bij ongewijzigd beleid wel gehandhaafd kon worden.

Oplopend financieringstekort

Sinds 2002 is er een structureel en oplopend financieringstekort dat veroorzaakt wordt door het toepassen van heffingskortingen en verminderde premie- inkomsten uit de volksverzekeringen AOW, ANWV en WLZ. Deze tekorten worden aangevuld uit de algemene middelen.

Na 2000 speelde het thema een rol in de campagnes voor de parlementsverkiezingen. De VVD kwam met een plan om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67, maar nam dat plan uiteindelijk niet over in haar definitieve verkiezingsprogramma voor 2006.

Op 15 oktober 2009 bereikte de toenmalige regeringscoalitie van PvdA, ChristenUnie en CDA een akkoord over verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Het duurde echter tot 2012 toen er in het Begrotingsakkoord 2013 eindelijk de weg werd vrijgemaakt voor de Wet verhoging AOW- en pensioenrichtleeftijd, kortweg Wet VAP. In 2015 is deze wet  aangenomen.

Afgesproken is dat de AOW-leeftijd in stappen omhoog gaat naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 is de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Omdat de trend is dat mensen steeds ouder worden, zal dit naar verwachting betekenen dat mensen ook pas na hun 67e AOW zullen krijgen.

Contact

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.