Hoe is de AOW ontstaan?

De ontstaansgeschiedenis van de AOW begint in 1947 maar heette toen nog de Noodwet Ouderdomsvoorziening. Willem Drees was de man die deze noodwet door het parlement loodste. Het initiatief voor een inkomensverzekering tegen inkomensderving in geval van ziekte, ongeval of ouderdom stamt echter uit 1889. Grondlegger was de Pruisische kanselier Otto von Bismarck.

Aanvankelijk was de aanvangsleeftijd voor deze volksuitkering 70, maar deze werd enkele jaren later omgezet naar 65 jaar.

De Noodwet Ouderdomsvoorziening was vanaf het begin bedoeld als een tijdelijke voorziening. Onder minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid J. G. Suurhoff werd de noodwet een permanente regeling, de AOW, die op 1 januari 1957 in werking trad. Vanaf die datum had iedereen die 65 werd recht op een staatspensioen.

Het recht op de AOW is levenslang. In 1957, bij de aanvang van de AOW, werden mannen volgens het CBS 71,4 en vrouwen 74,6 jaar oud. Zij ontvingen respectievelijk 6,4 en 9,6 jaar hun AOW-uitkering. In 2016 was de levensverwachting voor mannen gestegen naar 79,9 jaar en voor vrouwen naar 83,1 jaar.

Contact

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.