Pensioen opbouwen

pensioen-opbouwenDe opbouw van je pensioen vraagt constante aandacht. De risico's voor het werknemerspensioen zijn talrijk, de kans op een pensioengat is erg groot. Ook als je iedere maand pensioenpremie betaalt. Als je er niet alert op bent zit je straks met een inkomen dat tegenvalt. Wees er op tijd bij want als je te lang wacht kun je een pensioengat niet meer repareren.

We hebben 13 aantasters van je pensioenopbouw en mogelijke fixers op een rij gezet.

1. Pensioen opbouwen met flexcontracten en tijdelijke arbeidscontracten
2. Lage rente op de kapitaalmarkt
3. Korting op opgebouwde pensioenrechten
4. Verandering van baan belemmert je pensioenopbouw
5. Minder dan 40 dienstjaren
6. Opbouwen van pensioen stopt bij werkloosheid
7. Beschikbare premieregeling
8. In het buitenland werken en wonen
9. Lease-auto
10. Inflatie
11. Echtscheiding
12. Partner geboren na 1950
13. De overheid

1. Pensioen opbouwen met flexcontracten en tijdelijke arbeidscontracten

Voor de opbouw van je pensioen is het ideaal als je een vast contract hebt. Dat voorkomt onderbrekingen. Helaas is het vaste contract tegenwoordig bijna een zeldzaamheid. Veel werknemers moeten het doen met uitzendcontracten, nul-urencontracten, flexcontracten of tijdelijke dienstverbanden. Vaak ook nog bij verschillende werkgevers. Behalve de nodige onzekerheid die dit met zich meebrengt, zijn zulke contracten slecht voor je pensioenopbouw. Bovendien verlies je het overzicht.

Fixers: waardeoverdracht, zelf sparen of beleggen

Waardeoverdracht wil zeggen dat het pensioen dat je bij werkgever x hebt opgebouwd, wordt overgeheveld naar de pensioenuitvoeder bij wie je pensioen gaat opbouwen. Bij wisseling van werkgever moet je erop attent worden gemaakt dat je de mogelijkheid hebt om je pensioen over te dragen. Bij de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever kun je informeren hoeveel pensioen je zult krijgen na waardeoverdracht. Je krijgt dan een opgave. Waardeoverdracht is een recht, geen plicht. Je mag je pensioen dus ook laten staan. Aan overdracht van je pensioenrechten gaat een hele procedure vooraf. Meer weten over waardeoverdracht  

Voor flexwerkers, jobhoppers en deeltijders is zelf voor je pensioen zorgen een must. Daarmee bedoelen we dat je zelf bij een bank, verzekeraar of andere financiële instelling geld inlegt dat je later gebruikt om je pensioeninkomen aan te vullen. Er zijn diverse mogelijkheden om dat te doen. Je kunt bijvoorbeeld gaan banksparen, waarbij je de keuze hebt tussen variabele rente, vaste rente en beleggen. Een andere optie is de bekende lijfrente bij een verzekeraar. Tot slot kun je ook zelf gaan beleggen of dit laten doen door een beleggingsfonds. Als je zelf te weinig af weet van beleggen is het verstandig om eerst advies in te winnen, het liefst bij een onafhankelijk adviseur.

2. Lage rente op de kapitaalmarkt

Pensioenuitkeringen, het rendement op bankspaarproducten en lijfrenteverzekeringen in de opbouwfase en in de uitkeringsfase zijn allemaal afhankelijk van de rente op de kapitaalmarkt. Als maatstaf wordt vaak de 10-jaars staatslening genomen. Hoe hoger die rente is, hoe hoger het rendement en hoe hoger de lijfrente-uitkeringen. De rente is al een aantal jaren bijzonder laag; op 29 juni 2016 nog maar 0,1 procent. Ter vergelijking: in 2008 was de rente nog 4,9 procent.

Fixers: zelf beleggen, banksparen met beleggingen of met vaste rente

Ben je nog tien jaar of langer verwijderd van je pensioen? Zo ja, dan kun je met de huidige lage rente en de inflatie het beste gaan beleggen. Alleen dan is het rendement de moeite waard. Beleggen kun je zelf doen, bijvoorbeeld door een beleggingsrekening te openen bij een van de internetbrokers. Je kunt ook je toevlucht nemen tot beleggingsfondsen of gaan indexbeleggen. Informeer altijd eerst naar de risico's door de Financiële Bijsluiter en de Essentiële Beleggersinformatie te lezen. Aanbieders van beleggingsproducten zijn verplicht de info te verstrekken.

Als je niet van zelf beleggen of beleggingsfondsen houdt kun je ook kiezen voor een bankspaarproduct op basis van beleggingen. Deze keuze geeft je wel minder mogelijkheden en je kunt tijdens de looptijd niet aan je geld komen. Tot slot hebben praktisch alle banken bankspaarproducten met een vaste rente voor vaste looptijden. Hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente.

3. Korting op opgebouwde pensioenrechten

 Het gebeurde voor het eerst in 2013; de opgebouwde pensioenrechten en de pensioenuitkeringen van circa 70 pensioenfondsen werden gekort met gemiddeld 1,9 procent, aldus De Nederlandsche Bank. Oorzaak van dit unicum zijn de aanhoudend te lage dekkingsgraden waardoor pensioenfondsen noodgedwongen moeten grijpen naar het laatste redmiddel: korten!

Fixers: aanvullende pensioenopbouw, privé en/of bij het pensioenfonds

Je kunt bij praktisch elk pensioenfonds extra voor je pensioen sparen met loon, vakantiegeld, eindejaarsuitkering of een bonus. Extra pensioensparen is wel gebonden aan een maximum. Informeer bij je pensioenuitvoerder hoeveel je extra mag inleggen.

Je kunt daarnaast ook zelf in eigen beheer een pensioenspaarpotje aanleggen. Je kunt bijvoorbeeld geld storten in een koopsompolis of een bankspaarproduct voor de oudedag. Rond de pensioendatum kun je van het geld een lijfrente kopen die periodiek uitkeert. Wil je de volledige zeggenschap houden, dan kun je ook gewoon geld storten op een (internet)spaarrekening. Kies je voor een deposito, dan is de rente wat hoger maar kun je tijdens de afgesproken termijn niet aan het saldo komen. De lengte van een depositotermijn kan bijvoorbeeld vijf of tien jaar zijn. Als de rente laag is, en dat is ie al een tijdje, is beleggen voor je oudedag met indextrackers een betere optie.

4. Verandering van baan belemmert je pensioenopbouw

Verandering van baan kan een verandering van pensioenregeling betekenen. En dat is vaak niet goed voor de pensioenopbouw van een werknemer (pensioenbreuk). Dit speelt vooral bij eindloonregelingen en als je bij je nieuwe werkgever meer gaat verdienen. Immers, loonsverhogingen van je nieuwe werkgever werken niet meer door in het opgebouwde pensioen bij de oude werkgever.

Bovendien loop je kans dat je pensioen bij je oude werkgever niet of slechts gedeeltelijk wordt geïndexeerd. Dit komt nog regelmatig voor bij verzekeraars. Per jaar wordt dat stuk van je pensioen minder waard. Als je bij een oude werkgever pensioen hebt staan, ben je een ‘slaper’. 

Fixers: indexering en waardeoverdracht

Indexering wil zeggen dat je pensioen jaarlijks wordt verhoogd met een percentage. Het doel is om daarmee de inflatie (gedeeltelijk) goed te maken. Indexering is niet verplicht, maar als een pensioenuitvoerder het wel doet moet hij oude pensioenrechten (slapers) gelijk behandelen.

Waardeoverdracht, de naam zegt het al, is een methode waarbij het opgebouwde pensioen van de oude pensioenuitvoerder over gaat naar de nieuwe. Waardeoverdracht is vooral zinvol als de nieuwe werkgever een eindloonregeling heeft en de oude een middelloonregeling. Je oude pensioenrechten profiteren dan mee van loonstijgingen bij je nieuwe werkgever. Waardeoverdracht moet je aanvragen binnen zes maanden nadat je in dienst bent getreden bij je nieuwe werkgever.

Onderhandel over je pensioen als je terugvalt naar een slechtere pensioenregeling. Bijvoorbeeld van een eindloonregeling naar een beschikbare premieregeling. In die situatie kun je ongeveer 5 procent meer salaris vragen.

5. Minder dan 40 dienstjaren

Bij de meeste pensioenregelingen bouw je elk jaar 1,75 procent pensioen op (afwijkingen zijn mogelijk). Werk je van je 25e tot je 65e onafgebroken, dan heb je veertig dienstjaren. Dat vermenigvuldigd met 1,75 procent geeft je 70 procent pensioenopbouw. Tegenwoordig halen weinig mensen dat. Heb je minder, dan zit je – althans volgens de formule – met een pensioengat. Het kan echter geen kwaad dit te relativeren. Jij bent immers degene die het beste kan beoordelen of je genoeg pensioen hebt of tekort komt.

Fixers: talloze

Ben je werknemer, dan kun je wellicht extra pensioen bijsparen via je pensioenregeling. Dit is wel aan voorwaarden gebonden: je moet een pensioentekort hebben en wat je extra kunt inleggen is gebonden aan een maximum. Je hoeft dit niet per se van je maandelijks salaris te doen. Vakantiegeld of een bonus mag ook. Wat je extra spaart is fiscaal aftrekbaar.

Een jaartje langer doorwerken is ook een optie. Dat levert een hoger pensioen op.

Je kunt het ook zoeken buiten je werkgever. Je kunt bijvoorbeeld periodiek geld storten in een beleggingsfonds. Moet je nog een jaar of dertig werken, dan kun je daarmee wat meer risico nemen. Meer risico betekent meestal meer aandelen. Als je wat ouder wordt is het wel verstandig het risico te verkleinen. Dat kan door een deel van de aandelen te vervangen door obligaties.

Een lijfrente is ook een optie. Je stort periodiek of in een keer een koopsom op de rekening van een verzekeraar of een bank. Aan het einde van de looptijd is het bedrag aardig gegroeid. Je moet er dan iets mee doen; ofwel je koopt er een lijfrenteverzekering van, waar je periodiek uitkeringen uit ontvangt, of je stelt de uitkeringen nog een tijdje uit. Als je een pensioengat hebt, kun je profiteren van een fiscaal voordeel. De betaalde premies zijn dan namelijk aftrekbaar.

6. Opbouwen van pensioen stopt bij werkloosheid

Werkloosheid betekent bijna altijd een teruggang in inkomen. Je pensioenopbouw heeft daar ook onder te lijden.

Fixers: cao, sociaal plan, zelf betalen of FVP

Als je jonger bent dan 40, ben je voor voorzetting van je pensioenopbouw aangewezen op de afspraken in de cao van de betreffende bedrijfstak. Ben je slachtoffer van een grote ontslagronde, dan zijn er misschien voorzieningen getroffen in het sociaal plan. Het kan ook dat je bij je pensioenfonds vrijwillig de premiebetaling kunt voortzetten. Bij het ABP loopt de pensioenopbouw tijdens werkloosheid door voor 37,5 procent. De werkgever betaalt de premie.  

Werknemers van 40 jaar en ouder kunnen een beroep doen op de FVP-regeling, de Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering. Dit fonds vervolgt, geheel gratis, de pensioenopbouw zolang je recht hebt op ww (ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen). In de meeste gevallen zal het UWV je naam doorgeven aan het FVP. Je krijgt dan automatisch een formulier thuisgestuurd waarmee je voortzetting kunt aanvragen. Helaas laat het FVP met ingang van 2011 geen nieuwe ww’ers meer toe.

7. Beschikbare premieregeling

Misschien wel het meest onderschatte pensioenrisico. Bij een beschikbare premieregeling staat de hoogte van je pensioenuitkering niet vast; die is afhankelijk van de rente op de kapitaalmarkt en de beleggingsrendementen. Het kan mee- of tegenvallen. Het risico is minder groot als over het eerste deel van je salaris, bijvoorbeeld de eerste € 40.000, pensioenopbouw plaatsvindt op basis van een middelloonregeling. Beschikbare premieregelingen zijn erg in opkomst. Ze zijn voor werkgevers goedkoper dan middelloonregelingen.

Fixers: aanvullende regelingen

Je zou eerst eens bij je werkgever kunnen informeren of je ook kunt kiezen voor een veiliger pensioenregeling, zoals een middelloonregeling. Of je neemt deel aan een aanvullende pensioenregeling. Als je per maand wat geld overhoudt kun je dit apart zetten op een spaarrekening, of er premie van betalen voor een lijfrente die straks per maand een gegarandeerde uitkering geeft.

8.  In het buitenland wonen en werken

Voor elk jaar dat je in het buitenland woont of werkt na je 15e lever je 2 procent  AOW in.

Fixers: vrijwillig bijverzekeren, uitbreiden dienstjaren

Vrijwillig bijverzekeren kan, maar dat kost je wel 17,9 procent premie van je loon. De hoogte van de premie is afhankelijk van je bruto jaarinkomen. Het minimum was in 2012 € 496, het maximum € 4961 per jaar. Hou er rekening mee dat je vrijwillig bijverzekeren binnen een jaar na je vertrek moet regelen. Meer info vind je op www.svb.nl Type bij het zoekbalkje ‘brochures’ in. Kies in het volgende scherm keuze 1 en dan ‘Brochures vrijwillige verzekering AOW en ANW’.   

Werkte je bij een buitenlandse dochteronderneming van je huidige werkgever? Dan mag je je dienstjaren (en dus ook je pensioenopbouw) uitbreiden met de jaren die je in het buitenland hebt gewerkt. Mits je niet hebt deelgenomen aan een lokale pensioenregeling.

9. Lease-auto

Voor een lease-auto moet je een deel van de nieuwwaarde bij je inkomen tellen. Over dit bedrag betaal je belasting, maar bouw je geen pensioen op.

Fixer: 1. Betaal de bijtelling zelf

Je kunt ook de bijtelling van je nettosalaris aan je werkgever betalen. In ruil daarvoor verhoogt de werkgever je brutosalaris met hetzelfde bedrag. Hierdoor wordt je pensioengevend salaris ook hoger en bouw je meer pensioen op. Je nettosalaris blijft onder de streep ongeveer hetzelfde.

Fixer 2. Neem geen lease-auto of een kale

Neem geen lease-auto of eentje met zo weinig mogelijk opties. Opties verhogen de bijtelling en verminderen de pensioenopbouw. Bedenk dat je bij pensionering de lease-auto wellicht moet inleveren. Dit betekent dat je zelf een auto moet kopen.

Fixer 3. Bouw pensioen op van overwerk

Als je veel overwerkt of winstdeling krijgt, mag je tegenwoordig over die loonbestanddelen pensioen opbouwen. Maar alleen als je een middelloonregeling of een beschikbare premieregeling hebt. 

10. Inflatie

Inflatie tast de waarde van je pensioenspaarpot aan. Hoe hoger de inflatie, hoe minder je voor hetzelfde geld kunt kopen. Stel dat je opgebouwde pensioenrechten zouden neerkomen op netto € 500 pensioen per maand . De inflatie zetten we voor het gemak op 2 procent per jaar. Als je pensioen niet wordt aangepast aan de inflatie, is er van die € 500 na tien jaar nog € 408 over, na 15 jaar € 369 en na 20 jaar nog slechts € 334.

Fixer: indexering

Het pensioen van je werkgever moet minimaal gelijke tred houden met de inflatie. Je pensioen is dan waardevast. Kortom, als de inflatie in een jaar 2 procent is, moet je pensioen ook minimaal 2 procent stijgen. Indexering heet dat.

Het punt is dat je pensioenuitvoerder – een pensioenfonds of verzekeraar - niet verplicht is om te indexeren (voorwaardelijke indexatie). Je bent dus overgeleverd. De vuistregel is dat pensioenfondsen alleen indexeren als er meer in kas is dan er nodig is om de pensioenen te kunnen uitbetalen.

Je pensioenuitvoerder kan je pensioen ook gedeeltelijk indexeren. Bijvoorbeeld de helft of driekwart van de inflatie. Een jaar of twee niet indexeren hoeft overigens niet dramatisch te zijn. Gaat het daarna weer wat beter, dan kan een pensioenfonds met terugwerkende kracht indexeren. Het pensioenfonds van ABN AMRO deed dat bijvoorbeeld in april 2007.

Indexering is vooral van belang bij middelloonregelingen. Je uiteindelijke pensioen komt dan uit op 70 procent van het salaris dat je gemiddeld hebt verdiend. Bij eindloonregelingen is indexering niet zo belangrijk, omdat het pensioen gebaseerd is op 70 procent van je loon vlak voor pensionering. Als je salaris gaandeweg je carriere stijgt, stijgt je pensioen dus lekker mee.

11. Echtscheiding

Echtscheiding kan je vijftig procent van je pensioen kosten. De Wet verevening pensioenrechten stelt dat echtgenoten beiden recht hebben op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. De wet is van kracht sinds 1 mei 1995. De verdeling geldt alleen voor bedrijfspensioen, dus niet voor de AOW en aanvullende voorzieningen zoals levensverzekeringen.

Fixers: aanvullend sparen

Een echtscheiding zie je normaliter niet jaren vantevoren aankomen. Weinig mensen zullen dan ook speciaal voor die situatie extra pensioen reserveren. Maar het kan natuurlijk nooit kwaad om sowieso extra te sparen, naast het bedrijfspensioen. Bijvoorbeeld met een lijfrente, een spaarrekening of een beleggingsportefeuille. Overigens kun je in overleg met je partner ook afzien van pensioenverevening. Als beiden een goed pensioen hebben is dat ook niet nodig.

12. Partner geboren na 1950

Vanaf 2015 vervalt de AOW-toeslag die een 65-plusser kan krijgen voor een jongere partner met geen of weinig inkomen. De toeslag kan nu nog oplopen tot de helft van de AOW die een gehuwd 65-plus stel ontvangt (ongeveer bruto € 750 in 2012).

Fixers: aanvullingen en/of langer doorwerken

Zorg tijdig voor voldoende aanvullingen totdat de jongere partner 65 is en ook AOW krijgt. De jongere partner kan natuurlijk ook wat langer doorwerken.

13. De overheid

Is onze overheid betrouwbaar als het om pensioen opbouwen gaat? Ik zou er niet helemaal op vertrouwen. Dit heeft Den Haag allemaal beslist tot nu toe:
- Afschaffing basisaftrek lijfrente in 2003 (was € 1069 in 2002)
- Afschaffing aftrek premie vut en prepensioen in 2006
- Afschaffing aftrek overbruggingslijfrente in 2006
- Afschaffing levensloopregeling in 2012
- Afschaffing toeslag AOW in 2015
- Verlaging pensioenopbouw middelloonregeling naar maximaal 1,875 procent in 2015

Misschien wil je dit ook lezen 
 Vrouw en pensioen
 Pensioen aanvullen
 Zelf je pensioen regelen

naar boven

Pensioenadvies

Wil je extra voor je pensioen sparen? Maar hoe en met welk product weet je niet. Tijd voor onafhankelijk deskundig advies van de Pensioentelefoon. Open op vrijdag van 9.30 tot 12.30 uur

Lees meer

Bouw jij extra pensioen op?

Disclaimer

Contact

Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Adverteren